
woensdag 24 december
In alle vroegte staan we op. De wekker loopt om 5 uur af en we zijn nog lang niet uitgeslapen. Om half 6 gaan de koffers naar beneden en we moeten buitenom naar de eetzaal van het hotel om te ontbijten. Het ontbijt is goed, maar we hebben helaas maar 10 minuten om te eten. En we worden maar door één bediende geholpen. Het is dus haasten voor hem. Gelukkig krijgt hij hulp. Het is toch wel attent van het hotelpersoneel om ook vroeg op te staan om ons een ontbijtje te geven.

We krijgen allemaal onze ticket voor de treinreis naar Nariz del Diablo en lopen het eindje naar waar de bus staat. Nariz del Diablo betekent neus van de duivel. Fernando brengt ons met de bus naar de trein. Als we in de bus zitten, merkt iemand van ons opeens dat haar ticket is verdwenen. Maar gelukkig ligt ie op de stoep. Pfffff. De duivelsneus is vernoemd naar een opvallende rotsformatie die een groot obstakel vormde tijdens de aanleg van de Ecuadoraanse spoorlijn. De steile, driehoekige vorm van de rotswand, die op een neus lijkt, leverde hem de naam “Duivelsneus” op. De El Nariz del Diablo is een berg met een stijgingspercentage van 5%. Hier zijn bochten niet mogelijk. Hoe de treinmachinist zijn route aflegt? Wel, de rails zijn als een zigzaglijn over over de berg getrokken. Hier bevinden zich ook wissels. De trein vervolgt zigzaggend zijn route, althans zo worden we voorgelicht.

Maar goed, we staan op het perron te wachten op het treintje. En nu zijn we niet meer één van de eersten. De meesten van ons willen zo graag boven op het dak zitten. En dat lukt en ze zijn de koning te rijk. Het is er wel stampens vol. De mensen zitten zelfs in het midden, plat op het dak. Het is eerst nog koud buiten en bij de eerste stop met de trein, komt er een aantal verkleumd de wagon in. Ze ruilen hun plekje op het dak met lui die al die tijd in de wagon hebben gezeten. Zo gaat het bij iedere stop. Ruilen van plek.

Als we uiteindelijk bij de Nariz aankomen, valt het mij in ieder geval tegen van wat we zien. Maar goed, de reis is in ieder geval gaaf!! Een smalspoor met daarop een opgebouwde bus op spoorwielen. En op en langs het spoor lopen koeien, schapen, varkens te grazen en als de trein al toeterend aankomt waggelen, weten de hoeders niet hoe snel ze hun beesten van het spoor af moeten jagen. Vaak een komisch gezicht. Ook andere mensen, vaak van Indiaanse afkomst, die daar lopen, weten niet hoe snel ze moeten wegrennen.
Als we weer terug zijn in Alausi, zien we dat Fernando hier al met de bus naartoe is gereden. In die tijd dat wij op of in de trein zitten heeft Fernando onze bagage allemaal in de bus gezet en kunnen we naar Cuenca rijden. Dat is nog een uur of 4 rijden. Maar we eten nog lekker om half 2.
De wegen zijn bar slecht. Hier en daar zit er helemaal geen asfalt op.
We hebben een aantal sanitaire stops en enkelen kopen daar iets te smikkelen. Onderweg zien we soms nog heel kleine kinderen bedelen om eten. Het is om te huilen als je ziet hoe dat kleine grut daar hongerend zit te wachten tot iemand hen iets geeft of uit de auto toegooit. Om een uur of 6 komen we aan bij Hosterian Duran
in Cuenca. En het regent. En toch is het niet koud. We hebben een luxe hotel. Lekker groot. Veel kamers en die zijn erg ruim. Er is een sauna, zwembad, speeltuin bij en alles is inclusief.
Vanavond gaan we bij de familie Quito eten. Het is kerstavond. En ook hier wordt er al druk geknald met vuurwerk. Alle straten, winkelcentra, huizen zijn met een overdaad aan lichtjes, kerstbomen, opblaaskerstmannen e.d. uitgedost. En ook hier klinken overal kerstliedjes. En wordt er lustig op los geknald. Net als in Holland.
Eenmaal gearriveerd, bevinden we ons in de eetzaal van een soort appartement dat bij het bestaande huis is aangebouwd. Daarboven is een aantal kamers voor de gasten. Men heeft hier een heel stuk sociaal familieleven. In ieder geval deze familie.
In de eetzaal staan zo’n 8 a 9 tafels waar ongeveer 9 mensen aan kunnen zitten. Eerst komen de kleine kindertjes binnen, verkleed en met 2 poppetjes op een bedje. Al zingend komen ze binnen. En de aanwezigen zingen mee. Dan worden de poppetjes gegeven aan opa en oma. Op hun beurt geven zij alle kinderen een zak met snoep. Alles heel erg symbolisch.
We krijgen weer heerlijk te eten. Nou en dan wordt er weer gedanst. Want dat doen ze hier heel veel en graag. Maar wij zijn erg gaar. Om 5 uur opgestaan en veel gereisd. Wij gaan om 12 uur weer naar ons hotel. Eenmaal in het hotel vallen we meteen in slaap.
| Deze serie is gepubliceerd in de Regiobrief en ook verschenen op de website |
Al maanden van tevoren is de reis naar Ecuador geboekt i.v.m. het huwelijk van een familielid in Quito (Ecuador) . Het burgerlijke huwelijk was al in NL gesloten. In Ecuador volgt de kerkelijke inzegening. We gaan met zo’n 20 familieleden.
Na de rondreis in Ecuador gaan we met z’n 4-en naar de Galapagoseilanden en naar de bakermat van de Inca’s in Peru.



