
zondag 28 december
We willen om 8uur vertrekken naar Salinas. Dat is een van de mooiste en meest exclusieve badplaatsen in Ecuador, gelegen op ongeveer 140 km van Guayaquil. De stad ontleent zijn naam aan de zoutmijnen die vroeger in dit gebied werden geëxploiteerd. De stad staat bekend om haar 15 km lange, maanvormige zandstrand, dat uit twee gedeeltes bestaat met een jachthaven in het midden. We gaan dat ontdekken.
We rijden eerst naar Guayaquil. Door de bergen van het Nationale Park El Cajas. Van het park zien we eigenlijk alleen maar de weg en vergezichten. Maar het landschap is een magische mix van mistige bergen, in de hooglanden van de Andes, tussen 3.100 en 4.450 meter hoogte. Hier groeien bijzondere planten en leven vogels die je nergens anders ter wereld ziet. Het gaat langzaam. De weg is, zoals hij overal is, vol gaten. Omdat we steeds hoger in de Andes komen, rijden we op een gegeven moment in de wolken. En dat is best doodeng, want je ziet geen hand vóór ogen en toch wordt er nog ingehaald. Al claxonnerend. En het is frisjes, zeker als we een sanitaire stop maken. We duiken weer snel de bus in. Maar de natuur is erg mooi, omdat er genoeg water is. Maar dat wordt anders als we de bergen uit zijn. Want als we al dalend gebergte uitrijden, is de natuur meteen anders. Waar het in en rond de bergen mooi groen is, is het hier dor en grijs/grauw.

In Guayaquil stoppen we bij een park. De stad stinkt trouwen, blûh.
Guayaquil is de grootste stad van Ecuador. De stad zelf heeft ongeveer 2,7 miljoen inwoners, de gehele agglomeratie heeft 3,3 miljoen inwoners. Toch is het niet de hoofdstad van Ecuador, dat is Quito. Guayaquil ligt ongeveer 250 kilometer zuidwestelijk van die stad, op een afstand van 50 kilometer ten noorden van de Golf van Guayaquil aan de Guayas-rivier. Best interessant om even te bekijken.
In het park zitten heel veel leguanen. En ook duiven. Het lijkt wel De Dam in Amsterdam, zoveel duiven zijn hier. We voeren een leguaan met een stukje kaas of zoiets. Best eng, eerst. Ze hebben scherpe klauwen. En een leguaan kan bijten, vooral als hij zich bedreigd voelt of niet gewend is om gehanteerd te worden. Naast bijten kan een leguaan ook met zijn staart slaan en met zijn scherpe nagels krabben. En we hoorden dat hun bek vol zit met bacterien. Toch een beetje eng, vinden wij.
We eten in het restaurant van een hotel en wie schetst onze verbazing als we, op weg daar naartoe, alweer een familielid tegenkomen. Tante Eleana. Zij blijkt hier met man en twee dochters te wonen. Na het eten slenteren we een beetje langs de boulevard, maar gaan al snel weer terug naar de bus. Het is hier drukkend warm. En wij zijn eigenlijk niet op deze warmte gekleed.
Onderweg van Guayaquil naar Salinas stoppen we bij het eerste, grauwe indianendorp. Het lijkt er uitgestorven, maar zodra we bij het eerste “huisje” zijn, komen er uit alle hoeken en gaten mensen aan. We delen uit van wat we hebben gekocht en moeten helaas sommigen teleurstellen, omdat er nog meer dorpen zijn waar we willen uitdelen. Het is aandoenlijke en het doet je pijn om te zien hoe blij ze met de etenswaren zijn. En wij geven hun maar een schijntje van onze rijkdom. Het is echt geen offer voor ons en we voel ons er niet echt prettig bij. Nja….

Als we in Salinas aankomen, moet Fernando nog wel even vragen wat het exacte adres is. Het is een ommuurd terrein met 6 grote, witte huizen. Drie aan elke kant van een zwembad.De winkels zijn tot 20.00u open en we gaan met de bus naar de supermarkt.
’s Avonds zitten we gezellig bij het zwembad te chillen. Het is een heerlijke temperatuur. De airco in het huisje staat aan als we gaan slapen.
| Deze serie is gepubliceerd in de Regiobrief en ook verschenen op de website |
Al maanden van tevoren is de reis naar Ecuador geboekt i.v.m. het huwelijk van een familielid in Quito (Ecuador) . Het burgerlijke huwelijk was al in NL gesloten. In Ecuador volgt de kerkelijke inzegening. We gaan met zo’n 20 familieleden.
Na de rondreis in Ecuador gaan we met z’n 4-en naar de Galapagoseilanden en naar de bakermat van de Inca’s in Peru.



