
zaterdag 3 januari
We staan op om 7.15u. Het ontbijt bestaat uit 2 á 3 stukjes zoet stokbrood en een gebakken eitje. Om half 8 vertrekken we naar de haven (lopend). Wie wil gaan snorkelen kan hier voor $5,- een paar zwemvliezen en een snorkelbril voor 1 dag huren.
Dan stappen we op een wiebelbootje en zien langs de rotsachtige kust honderden rode krabbetjes. Het krioelt ervan… En daar zien we de Jan van Gent met z’n blauwe pootjes. Boobies worden ze hier genoemd. En zeeleeuwen die op hun gemak liggen te zonnen, zelfs op lage planken van een onbemande boot.

En pelikanen die loodrecht naar beneden duiken. We kunnen heel dicht bij de zeehonden komen. Je kunt ze bijna aaien. Maar we blijven er niet rondhangen want we moeten verder, naar de Las Grietas. We hebben geen idee wat dát nou kan zijn.

Het is een omgeving van grote gestolde lavablokken waarover wij kunnen lopen naar een verderop gelegen diepe baai. Het is een gigantische onderneming want er is geen enkel lavablok gelijk en het is een geklim en geklauter. Maar dan zien we de baai wel, maar moeten nog levensgevaarlijke capriolen uithalen om over nog grotere brokken lava naar beneden te lopen/kruipen/klauteren om zo in de baai te kunnen zwemmen en snorkelen. Lang niet iedereen waagt het om naar beneden te gaan. Het water in de baai schijnt koud te zijn, maar wel heel helder. Er worden heel wat foto’s geschoten. Als we teruglopen lopen we weer langs de saltmines (zoutmijnen). Daar wordt dus zout gewonnen.
Als we weer op een gewoon pad lopen, loopt er voor ons uit een grote leguaan. Waggelt sneller als wij te dicht bij hem komen en verdwijnt dan.
Zo komen we bij een ander haventje, waar we in een griezelig bootje met een buitenboordmotor moeten stappen. Als we er met z’n 8-en + stuurman inzitten, hebben we het idee dat we op de Titanic zitten. Want zienderogen gulpt er steeds meer water in de boot. Al water hozend varen we naar een jacht toe en we zijn blij dat we van die kleine Titanic af zijn. Hier wachten we op de volgende lading mensen, die in hetzelfde bootje moeten. Zij hebben dezelfde natte ervaring als wij. Eenmaal op het jacht varen we naar een naamloos eilandje toe, waar de snorkelaars onder ons
in het water springen om zo een glimp op te vangen van al die prachtige exotische vissen. Maar er staat helaas te veel branding en ze vangen bot. Het is heerlijk toeven op het water. Maar ook hieraan komt een einde en we varen weer terug en gaan weer met de lekke Titanic terug naar wal. Gelukkig vaart het bootje nu in drie keer heen en weer, zodat er niet zo vreselijk veel water gemaakt wordt. We rijden met de bus weer terug neer het hotel. Later dan verwacht zijn we terug. Maar we krijgen gelukkig nog wel een maaltijd.
Tot 15.30u. hebben we tijd om te rusten, te chillen e.d. Dan gaan we naar een “TUNEL”. Die is lang en erg donker. Lavatunnels ontstaan wanneer de bovenkant van een lavastroom afkoelt en een harde korst vormt, terwijl de hete lava eronder blijft stromen. Zo ontstaat er als het ware een natuurlijke tunnel onder de grond. De buitenkant koelt langzaam af tot een stevige wand, terwijl de binnenkant gloeiend heet blijft en verder stroomt. Als de uitbarsting stopt en de lava wegloopt, blijft er een holle buis over: een lavatunnel.

Om 17.30u. kijken we in de haven naar het schoonmaken van grote vissen. En niet alleen wij, maar ook een grote horde pelikanen, die azen op en stukje vis. Ook duikt er telkens een zeehond met zijn kop boven het water uit. En probeert zelfs met zijn kop op de boot te komen. En een manta rog zwemt er bedaard en rustig tussendoor. Daarna wandelen we terug en drinken nog een cerveza (biertje) voordat we aan het diner beginnen. We slapen om 22.00u.

| Deze serie is gepubliceerd in de Regiobrief en ook verschenen op de website |
Al maanden van tevoren is de reis naar Ecuador geboekt i.v.m. het huwelijk van een familielid in Quito (Ecuador) . Het burgerlijke huwelijk was al in NL gesloten. In Ecuador volgt de kerkelijke inzegening. We gaan met zo’n 20 familieleden.
Na de rondreis in Ecuador gaan we met z’n 4-en naar de Galapagoseilanden en naar de bakermat van de Inca’s in Peru.



