Oud worden

Denk aan je Schepper in de dagen van je jeugd…’ (Prediker 12:1)

Prediker beschrijft het oud worden op een prachtige, maar ook eerlijke manier. De maalstenen verslijten: de tanden worden minder. Wie door de vensters kijkt, ziet niet meer zo scherp. Het gehoor loopt terug. Je slaapt lichter en je merkt dat je lichaam niet meer doet wat het vroeger vanzelf deed.

Eigenlijk hoef je dat senioren niet meer uit te leggen. Die weten precies waar Prediker het over heeft.

Na een operatie in het ziekenhuis krijg je vaak de vraag: “Hoeveel pijn hebt u? Geef eens een cijfer van nul tot tien.” De eerste keer denk je misschien: een tien. Maar als de verpleegkundige doorvraagt, wordt het vaak een zes of een zeven. De volgende dag krijg je dezelfde vraag. Je went niet aan de pijn, maar je leert haar wel beter in te schatten.

Zo vraag ik senioren weleens: “Hoe gaat het met je gezondheid? Geef eens een cijfer.” Niet uit nieuwsgierigheid, maar uit belangstelling. Opvallend vaak hoor ik: “Een zes.” Of: “Een zeven.” Er mankeert van alles, maar we hebben er ook mee leren leven.

Prediker wist dat al duizenden jaren geleden. Oud worden betekent dat je stap voor stap iets moet inleveren. Dat is niet somber, maar gewoon de werkelijkheid.

Daarom begint Prediker met: ‘Denk aan je Schepper in de dagen van je jeugd.’ Niet omdat je het ouder worden kunt tegenhouden, maar omdat het goed is een stevig fundament te hebben voordat de jaren gaan tellen.

Ondertussen blijft er ook veel om dankbaar voor te zijn: een goed gesprek, een kop koffie, een bezoekje van kinderen of kleinkinderen. En het vertrouwen dat God ook in deze levensfase met ons meegaat.

 

Gezien worden

Ik sprak pas gistermorgen een mevrouw die iets vertelde over haar werk. Er was kennelijk nogal een kloof tussen de mensen van de binnendienst...
spot_img
Volgend artikel

Explore our articles