Keurvorst Frederik de Wijze had uiteraard ook met grote belangstelling kennis genomen van de veroordeling van Luther door Karel V. Hij wachtte de officiële uitspraak niet af. Hij wist wat hem te doen stond. Het keizerlijke Edict van Worms dat op 26 mei van kracht , werd opgesteld door de pauselijke diplomaat kardinaal Aleander. De uitvoering van die uitspraak kwam in handen te liggen van de Duitse vorsten. Zij konden de rijksban – de ‘Reichsacht’ – aan hem voltrekken. Dan konden ze deze vogelvrije man gevangen nemen, al zijn boeken verbranden en ook de ketter zelf executeren. Pas dan zou de keizer tevreden zijn. En paus Leo X niet minder. Maar deze haalde het eind van het jaar 1521 niet: op de leeftijd van bijna 46 jaar kwam hij op 1 december 1521 te overlijden. Het kon nog wel enige tijd in beslag nemen dat er een opvolger werd gekozen. Dat werd na ruim een maand de in Utrecht geboren timmermanszoon Adriaan Boeijens, kardinaal en ex-opvoeder van Karel V, de eerste Nederlander die als paus ging optreden, onder de naam Adrianus VI. Zijn bewind was echter van korte duur: van 9 januari 1522 tot 14 september 1523.

De terugreis van Luther

Op 26 april begon Luther aan zijn terugreis. Kardinaal Aleander noteerde in zijn dagboek: ‘Zo is de eerwaardige schavuit met twee wagens vertrokken, nadat hij ettelijke sneetjes brood geroosterd en twee geliefde glaasjes gedronken had.’ Luther maakte weer een triomfantelijke reis; onderweg werden hem de zegenwensen toegeroepen. Op 2 mei preekte Luther in Eisenach, op verzoek van een groot aantal gelovigen die hem juichend hadden binnengehaald. De verantwoordelijke geestelijke die dit niet kon waarderen liet met getuigen bij een notaris vastleggen dat Luthers optreden geheel tegen zijn zin had plaats gevonden. Hij wilde geen risico. Luther reisde verder en bracht nog een bezoek aan zijn oom in Möhra.

Intussen had Luther al van keurvorst Frederik III vernomen dat er onderweg iets zou gebeuren waardoor hij Wittenberg voorlopig niet zou zien. Hij zou op een veilige plaats gehuisvest worden. Al meer dan de helft van de reis zat er op toen de ‘overval’ plaats vond. Daarbij werd de hervormer op de avond  van 4 mei door vermomde ruiters van de keurvorst ‘ontvoerd’. Sommigen van Luthers reisgenoten  schrokken geweldig: de monnik Petzensteiner sprong van de wagen en rende weg van het onaangename toneel. Maar collega Amsdorf bleef zitten – hij was op de hoogte van de ontvoering. De wagen ging nu zonder Luther snel op weg naar de familie van Luther in Möhra om ’s avonds laat nog het ‘treurige’ nieuws te melden. En men moest er verder ook nog over zwijgen. Bijna ondraaglijk.

En Luther: hij werd onderweg verkleed als ridder en zo overgebracht naar het hooggelegen slot de Wartburg, dichtbij Eisenach, ruim 100 kilometer van Wittenberg.

De Wartburg

Het kasteel ligt hoog: 441 meter boven de zeespiegel. Het is als Luther daar aankomt ook al oud: waarschijnlijk al 450 jaar. Zijn ligging is voortreffelijk: een groot deel van de omgeving kon men vanuit de torenhoge locatie prima in de gaten houden. In de middeleeuwen was het al niet gemakkelijk in te nemen – wie dat waagde overleefde zijn aanval waarschijnlijk niet.

Het was een goede zet van keurvorst Frederik III om ‘zijn’ professor een tijd ‘op te bergen’ in het royaal van kamers voorziene kasteel de Wartburg. De bevriende edelman Hans von Berlepsch – ‘Burghauptmann’ van de Wartburg – stelde de burcht beschikbaar. Luther moest zijn haar laten groeien, zoals dat bij een Junker paste; hij kreeg ook een nieuwe naam: Jörg. Die naam was afgeleid van Georg, welke naam bij sommigen de gedachte opriep over een heilige uit de Vroege Kerk die bij de laatste christenvervolging door keizer Diocletianus op 23 april 303 als martelaar was gestorven.

De werkkamer van Luther was voorzien van een raam voor frisse lucht en een fraaie doorkijk naar het omliggende land. Een niet al te grote schrijftafel zou zijn nut ooit bewijzen. Net als de inktpot. Boeken waren er (nog) niet te vinden. De Wartburg werd Luthers Patmos, waar hij zijn eenzaamheid en aanvechtingen overwon en heel positieve ontwikkelingen doormaakte.

 

Vorig artikelRegiobrief 126
Harm Veldman
Mijn naam is Harm Veldman (* 1942) en ik ben sinds 1965 decennia lang onderwijzer/leraar geschiedenis geweest. Ik heb daarnaast veel onderzoek gedaan naar lokale en regionale kerkgeschiedenis, maar ook naar de nationaal-kerkelijke ontwikkelingen in Nederland. Mijn grote interesse betreft de eeuw van de Europese Reformatie.Mijn promotieonderzoek richtte zich op het leven en werk van Hendrik de Cock, de ‘vader van de Afscheiding van 1834’. De promotie vond plaats in 2009 aan de Theologische Universiteit van de GKv te Kampen, promotor was prof. dr. M. te Velde.