Omdat er in Rijssel nog meer protestanten tot zware straffen werden veroordeeld was het voor Guido de Brès raadzaam om naar een andere regio te vertrekken. Hij wist aan zijn belagers te ontkomen door naar Gent te reizen. Daar had de reformatie ook grote invloed gekregen. Maar voor De Brès het werd het daar een tijdelijk verblijf. Ook daar was de inquisitie zeer alert op ketterse groepen. Mee daarom reisde De Brès door naar Frankfurt am Main; hij reisde niet via Frankrijk, waar de vervolging ook hevig woedde, maar koos voor langere en veiliger route via Antwerpen naar Duitsland – deze weg was voor veel mensen geschikt omdat er veel handelsverkeer Frankfurt plaatsvond. De stad aan de Main telde in 1555 maar liefst drie gereformeerde kerken: een Waalse, een Vlaamse en een Engelse – dit laatste vanwege de vervolging door Mary Bloody. Geen Noord-Nederlandse kerk? Nee, die bestonden op dat moment nog niet. De Calvinistische reformatie had zich daar nog niet echt laten kennen; dat gebeurde pas goed na het begin van de Opstand tegen de Spaanse tirannie – dus na 1568. Op de Nederlandse Synode van Emden in 1571 waren er al wel vrij veel Gereformeerde Kerken uit de noordelijke gewesten vertegenwoordigd.

Guido de Brès ontmoette in Frankfurt onder meer Johannes a Lasco (die hij kende van Londen) en ook Johannes Calvijn. Waarschijnlijk heeft die laatste ontmoeting ervoor gezorgd dat De Brès ervoor koos om enige tijd in Zwitserland te gaan studeren. Dat deed hij eerst in Lausanne en daarna in Genève. Daar werd hem duidelijk hoe fundamenteel de reformatorische visie van Calvijn was. De Brès leerde diens werk grondig kennen, zoals het standaardwerk de Institutie. Hij is daardoor in zijn denken over de Bijbel en de leer van de kerk helemaal gereformeerd geworden. Toen hij naar de Nederlanden terugkeerde, kreeg men daar met een overtuigde en ijverige leerling van Calvijn te maken.

 

Johannes Calvijn als jonge reformator