Wat zou Luther op de Wartburg moeten doen? Toch geen vraag voor deze altijd actieve geleerde. Hij zal eerst zijn vrienden laten weten dat hij leeft. Ze zullen zich grote zorgen maken. En geruchten worden graag geloofd. De kunstenaar Albrecht Dürer, op reis door de Nederlanden, noteerde in zijn dagboek:

‘Vrijdag voor Pinksteren, 17 mei, bereikte ons het bericht dat Luther op verraderlijke wijze is gevangengenomen. Of hij nog leeft of reeds vermoord is, weet ik niet. In dat geval is hij een martelaar geworden voor de christelijke waarheid. Als wij deze man verloren hebben, die helderder geschreven heeft dan wie ook sinds 140 jaar, die U zulk een evangelische geest had geschonken, dan bidden wij U, hemelse Vader, dat U Uw Heilige Geest weer aan iemand zou geven, die Uw verstrooide kerk weer bijeen zou vergaderen. O God, als Luther dood is, wie zal dan voortaan voor ons het Evangelie uitleggen?’ Dürer vertolkte wat veel mensen in die dagen voelden.

Omstreeks 8 mei schreef Luther zijn eerste brief, gericht aan zijn vriend en collega Philippus Melanchthon:

“Met moeite heb ik het voor elkaar gekregen om deze brief te sturen. Zo bang zijn ze dat op de een of andere manier bekend zou worden waar ik ben. Wil jij er daarom ook voor zorgen, als je tenminste gelooft dat dit gebeurt tot eer van Christus, dat het onzeker blijft of het vrienden of vijanden zijn die mij bewaken. En verder zwijgen! Het is ook niet nodig dat, behalve jij en Amsdorf, iemand weet, waar ik ben, als ze maar weten dat ik nog leef.’

‘Een roomse prelaat heeft aan kardinaal Albrecht van Mainz geschreven: ‘Luther zijn we kwijt, zoals we ook wilden, maar onder het volk is zo’n opschudding, dat ik vermoed dat wij nauwelijks ons leven kunnen redden als we hem niet met brandende lampen overal gaan zoeken en terugroepen.’

Luther had bij de overval op de reiswagen nog net zijn Bijbels kunnen meenemen, waardoor hij toch verbonden bleef met de Hoofdpersoon van zijn leven. En dat bracht hem uiteindelijk op een plan: hij zou zijn quarantaine goed besteden met het vertalen van het Nieuwe Testament in de taal van het volk. En dat zou hij zo grondig mogelijk willen aanpakken!

Het Nieuwe Testament vertalen

De hervormer had het vaste voornemen geen Duitse vertaling te realiseren vanuit de Vulgaat die nog altijd in de kerk werd gebruikt. Die editie vertoonde zoveel gebreken. Ook Luther had geleerd terug te gaan naar de oorspronkelijke tekst, de oudste editie die maar beschikbaar was: ad fontes, d.w.z. terug naar de bronnen, zeiden de humanisten. Luther nam als basistekst de door Desiderius Erasmus in 1516 uitgegeven editie in het Grieks en Latijn naar de hem bekende oudste bronteksten van het Nieuwe Testament.  De nodige hulpmiddelen, zoals woordenboeken, eerdere resultaten van vertaalwerk en schrijfpapier, liet de burchtheer op Luthers aandringen binnenkomen. In een hoog tempo was hij bezig. En na 12 weken was het – nog ongecorrigeerde vertaalwerk – klaar. Toen Luther in het voorjaar van 1522 naar Wittenerg terugkeerde was zijn reistas gevuld met een groot cadeau voor de Duitse bevolking: het Nieuwe Testament in de taal van het volk. Een paar deskundige vrienden corrigeerden nog wat aan de ontwerptekst, maar daarna werd die naar drukker Melchior Lotter gebracht. Toen in september 1522 de eerste druk uitkwam – in een oplage van 3000 exemplaren –  was het groot feest. Het eerste exemplaar werd uitgereikt aan de edele Hans von Berlepsch die op de Wartburg waakte over de hervormer. Dankbaarheid overheerste bij alle betrokkenen.

Al gauw was de hele oplage verkocht. De prijs was voor ‘de gewone man’ nauwelijks op te brengen, maar het gebeurde toch! Luther was na het doornemen van de tekst nog niet tevreden; er waren nogal wat fouten ingeslopen. Bij de volgende druk waren die eruit gehaald.

Daarna werd in Wittenberg de arbeid aan de vertaling van het Oude Testament in gang gezet, maar dat was een werk waar men 12 jaar heeft moeten uittrekken. Vanaf 1534 was de zogeheten ‘Luther-Bijbel’ klaar en begon aan zijn loop door de Duitse en de Europese geschiedenis. Deze Bijbel is een van de mooiste resultaten van de door Luther ingezette Reformatie.

De Reformatie was in stands gebleven en kon zelfs een mooie vrucht tonen!

 

Vorig artikelRiek Sennemabrug
Volgend artikel‘Pastoraat’ door de week
Mijn naam is Harm Veldman (* 1942) en ik ben sinds 1965 decennia lang onderwijzer/leraar geschiedenis geweest. Ik heb daarnaast veel onderzoek gedaan naar lokale en regionale kerkgeschiedenis, maar ook naar de nationaal-kerkelijke ontwikkelingen in Nederland. Mijn grote interesse betreft de eeuw van de Europese Reformatie.Mijn promotieonderzoek richtte zich op het leven en werk van Hendrik de Cock, de ‘vader van de Afscheiding van 1834’. De promotie vond plaats in 2009 aan de Theologische Universiteit van de GKv te Kampen, promotor was prof. dr. M. te Velde.