In Winterswijk staat haar standbeeld in het park naast het gemeentehuis. Bovenop de boog van een poort staat een vrouw  die een jong hert onder haar hoede neemt. Zo was ‘tante Riek’, ofwel mevrouw Helena Theodora Kuipers-Rietberg in de donkere jaren van de Duitse bezetting, die in de grensplaats Winterswijk direct op 10 mei 1940 begon. Als presidente van de gereformeerde vrouwenvereniging had zij haar zusters op 4 juni 1940 Psalm 33:10 laten zingen:

Zijn machtig’ arm beschermt de vromen
en redt hun zielen van den dood.
Hij zal hen nimmer om doen komen
In duren tijd en hongersnood.
In de grootste smarten
blijven onze harten
in den HEER gerust.
‘k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn helper heten,
al mijn hoop en lust.

Hoe lang zouden ze deze ferme woorden blijven zingen? Was die taal niet wat al te dapper? Tussen zingen en doen kan heel gemakkelijk een grote kloof bestaan. Wij vragen nu: Wat deed mevrouw Kuipers in de jaren van de Duitse bezetting? Hoe begon haar verzetswerk en waar liep het op uit?

Energieke familie

Heleen Rietberg, zoals ze vóór haar huwelijk bekend stond, was op 26 mei 1893 geboren in een gereformeerd gezin te Winterswijk. Haar vader was daar molenaar en graanhandelaar; moeder zorgde met de nodige passie voor haar man en vijf kinderen, waarvan Heleen de één na jongste was. Zij kreeg de kans ‘door te leren’ – nog wel aan de 3-jarige HBS (= Hogere Burgerschool). Daar leerde ze Pieter Heyo Kuipers kennen met wie ze – na zijn 7-jarig verblijf in Nederlands-Indië – in 1921 trouwde. Heleen had zich na haar HBS-tijd ingezet op het kantoor van haar vader. Haar echtgenoot besloot bij hun huwelijk zich in te kopen in het bedrijf van haar vader; samen met een broer van Heleen, zette Pieter dat bedrijf voort en werkte stevig aan uitbreiding. Een energieke familie.

Praktisch geloven in vredestijd

Het christelijk geloof was bij de familie Kuipers-Rietberg geen zaak van de buitenkant. Ze leefden als overtuigde christenen. Ook in hun gezin werden vijf kinderen geboren die ieder een bewust christelijke opvoeding kregen. Dat betekende in de jaren ’30 ook dat ze – vooral door moeder – leerden inzien hoe het bewind van de nieuwe Duitse leider Adolf Hitler gevaarlijk en vooral antichristelijk was. De nazi-ideologie moest, aldus moeder, vooral geen grip krijgen op de jongeren. Ook gereformeerde gezinnen bleken soms zomaar geïnfecteerd door het nationaal-socialisme. In Nederland had je de NSB onder Anton Mussert; de tweede man in rangorde daar was Cornelis van Geelkerken die een gereformeerde achtergrond had. Niet voor niets sprak de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken haar afkeuring uit over het NSB-lidmaatschap van kerkleden. Het heldere rapport van prof. dr. K. Schilder uit 1936, waarvan een bewerking uitkwam getiteld “Geen duimbreed”!, laat zien waar de grote gevaren liggen in het geestelijke mijnenveld van het nationaal-socialisme. In Winterswijk haalde de NSB ooit 20,3% van de stemmen!

In de Gelderse Achterhoek had zich in deze omstandigheden ook uitgeverij De Graafschap te Aalten ingezet voor de strijd tegen het fascisme door een brochure uit te geven van de bekende gereformeerde schoolmeester A. Janse van Biggekerke; dat werk droeg als titel Nationaal-Socialistische Fascistenpolitiek (1932, tweede druk 1933).

Om de banden met medegelovige vrouwen te versterken richtte Heleen Kuipers-Rietberg in 1932 een gereformeerde vrouwenvereniging op in Winterswijk. Een daad die duidelijk gericht was op gezamenlijk beraad én gezamenlijk optreden in zaken van christelijke vorming en opvoeding. Vanaf 1937 zat de energieke en dominante mevrouw Kuipers in het hoofdbestuur van de landelijke Bond van Gereformeerde Vrouwenverenigingen. Ze ging de penningen beheren. Daardoor kreeg  ze de beschikking over een groot netwerk van adressen die voor haar ooit van groot belang zouden worden; maar dat kon ze nu nog niet bevroeden.

Praktisch geloven in oorlogstijd

Het gezin Kuipers-Rietberg kwam de eerste jaren van de bezetting vrij goed door. Hun bedrijf was een onmisbare schakel in de voedselvoorziening. Vanaf het begin van de oorlog bleef moeder waarschuwen voor de nazi-ideologie die de christelijke levensovertuiging en de daarbij passende geloofspraktijk stukje bij beetje om zeep zou helpen. De bezettende macht probeerde in  het eerste jaar na de inval via de weg der geleidelijkheid enige goodwill te winnen. Het succes ervan liep stuk op de toch met harde hand uitgevoerde arrestaties van verzetsmensen van het eerste uur. Zo zat prof. dr. K. Schilder vanaf augustus 1940 ruim drie maanden vast in de Arnhemse gevangenis. Reden? Zijn dappere oproepen tot geestelijk verzet in artikelen in zijn weekblad De Reformatie. Ook andere geestelijke leiders werden al vroegtijdig opgepakt.

In dat kader deed de familie Kuipers vanaf het begin mee in de verspreiding van ‘illegale’ blaadjes. Later leverde men distributiebonnen af op adressen waar hulp nodig bleek. In de loop van 1941 deden vader Kuipers en zijn jongens er alles aan om Britse en Franse krijgsgevangenen na hun ontsnapping terug te laten keren naar hun vaderland. Met deze hulpverlening bleef het gezin Kuipers lange tijd bezig.

De grootste taak in dit opzicht kwam op de familie Kuipers af toen de eerste joden zich bij hen vervoegden. Hun verzoek om hulp resulteerde er in dat twee joden onderdak kregen bij de molenaar. Voor anderen ging vader Kuipers de Achterhoek door om geschikte plaatsen te vinden bij vertrouwde mensen. Dat was niet altijd gemakkelijk, want de NSB was relatief sterk aanwezig in de regio en deed steeds meer van zich spreken als handlanger van de bezettende macht. En bovendien was de bereidheid onder christenen in Nederland bepaald niet zo groot dat men grote groepen joden uit handen van de Duitse macht wist te houden. Helaas heeft ons land in vergelijking met andere Europese landen de meeste joden verloren aan de vervolging door de Nazi’s.

Landelijke organisatie

Dan komt in het najaar van 1942 de bekende ds. F. Slomp uit Heemse – gereformeerd verzetsman die vanaf deze tijd vaak als ‘Frits de Zwerver’ door het leven gaat –  spreken in een geheime bijeenkomst in de Gereformeerde Kerk van Winterswijk. Heleen Kuipers-Rietberg, die in de kring van het verzet de schuilnaam ‘Tante Riek’ hanteert, roept ds. Slomp op om een landelijke organisatie op te richten voor hulp aan onderduikers. Dat moest gebeuren via een netwerk van bekenden uit plaatselijke organisaties. Gelet op de hechtheid van veel gereformeerde verenigingen en hun vaak landelijke organisatiestructuur zou dit zonder grote obstakels kunnen worden opgezet. Maar ds. Slomp aarzelt, want hij vreest voor zijn leven. Waarop mevrouw Kuipers hem resoluut voorhoudt: “Kerel, zou ’t nou zo erg zijn als jij om het leven kwam als er duizenden jongens gered werden?” Dan neemt ds. Slomp het voorstel aan en zo leggen zij de grondslag voor een geheim netwerk dat als L.O., d.w.z. Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers gaat opereren. Daar komt na enige tijd de L.K.P. (= Landelijke Knokploegen) naast, die zich richt op gewapend verzet en ook van plan is verraders uit te schakelen. Tante Riek stemt daarmee volledig in. Op gezette tijden houdt de L.O. een ‘beurs’ om te overleggen hoe hulpbehoevenden aan een veilige plek kunnen worden geholpen. Meestal is Tante Riek daar aanwezig namens de Achterhoek.

Steunfonds

Het werk voor de L.O./L.K.P. groeit Heleen Kuipers in 1943 bijna boven het hoofd. En de spanningen die dat met zich meebrengt maken haar bijna overspannen. Maar het advies van de familie om ermee te stoppen legt ze naast zich neer. Gelukkig komt er financiële hulp door betalingen van het Nationaal Steunfonds (NSF) dat vanuit Amsterdam opereert. Daar hadden de broers Gijs en Walraven van Hall het fonds opgericht met als doel de families van de onderduikers bijstand te verlenen. Het kreeg al gauw de naam ‘bak van het verzet’. Met steun van de in Londen vertoevende regering wordt de Nederlandsche Bank – waar de NSB-er mr. M.M. Rost van Tonningen de scepter zwaaide – beroofd van een groot deel van haar waardepapieren, waardoor het NSF zijn verzetstaken kan financieren.

Tante Riek duikt zelf onder

Eind mei 1944 krijgt de familie Kuipers-Rietberg een tip van een betrouwbare politieman dat er een razzia op komst is. De kans is groot dat de ouders zullen worden gearresteerd. Zij brengen nu hun kinderen in veiligheid en reizen per trein naar Arnhem waarna ze onderduiken in Bennekom bij de familie van sigarenfabrikant Van Schuppen, Onderweg proberen de Duitsers en hun handlangers de ouders wijs te maken dat er wat ernstigs met hun kinderen aan de hand is: op stations werd omgeroepen dat ze naar huis moeten wegens een dodelijk ongeval van een van de jongens. Maar vader en moeder lopen niet in de val.

Toch wordt het verblijf bij de sigarenfabrikant na enige tijd voor mevrouw Van Schuppen te veel en daarom besluiten de heer en mevrouw Kuipers uit te zien naar een andere onderduikplaats. Met nieuwe persoonsbewijzen zal de reis daarheen wel moeten lukken. Helaas wordt de koerier die de pb’s moet bezorgen door verraad onderweg door de SD aangehouden en het verhoor van de koerier levert voldoende aanwijzingen op om de verblijfplaats van de familie Kuipers te achterhalen. Op 18 augustus wordt Tante Riek met haar man gearresteerd en overgebracht naar de Koepelgevangenis te Arnhem.

Het echtpaar wordt gevangengezet in twee aan elkaar grenzende cellen. Wanneer Piet Kuipers gedeprimeerd is en hij dat aan zijn vrouw duidelijk kan maken, zingt zij enkele psalmen voor hem. Omdat de Duitsers de indruk hebben gekregen dat mevrouw Kuipers de hoofdfiguur is, laten ze haar man al spoedig vrij – echter ook bedoeld om zijn gangen na te gaan en anderen in de val te lokken. Maar hij doorziet dit en kiest opnieuw voor onderduiken in de buurt van Winterswijk. Hij overleeft de oorlog en leeft tot 1978.

Kampgevangene

Op 25 augustus wordt mevrouw Kuipers overgebracht naar het concentratiekamp Vught. Maar die plek komt al gauw onder bereik van de geallieerde troepen die begin september grote delen van België weten te bevrijden, waarna Vught overhaast moet worden ontruimd. De vrouwen worden in de eerste week van september overgebracht naar het beruchte en overbevolkte concentratiekamp Ravensbrück, 85 km ten noorden van Berlijn.

Het verhaal gaat dat Tante Riek daar aan het werk wordt gezet in een ‘breicommando’ voor Duitse militairen. Later krijgt ze tot taak het voedsel onder de gevangenen te verdelen, waardoor zij – met een blijde uitstraling – veel lotgenoten extra bijstand weet te verlenen. Haar verzetsvriendin, de onderwijzeres Minnie Jolink, afkomstig uit Varsseveld in de Achterhoek, krijgt van haar de nodige begeleiding in de uren voordat zij aan dysenterie sterft. Tante Riek organiseert een herdenkingsmoment in de barak.

Net als in Arnhem krijgen de Duitsers ook in het barre Ravensbrück in de gaten dat mevrouw Kuipers een groot vertrouwen stelt in haar God en Heiland. De bewakers menen soms dat ze gek is, zelfs valt het woord ‘godsdienstwaanzinnige’.

Eind oktober 1944 wordt Tante Riek ook ziek, tyfus. Twee maanden duurt haar lijden en enkele  dagen na Kerst – 27 december 1944 – sterft deze gelovige verzetsvrouw in een vreemd en vijandig land. Die haar gekend hebben geloven dat zij bij haar aardse verscheiden het hemelse vaderland is binnengegaan, dank zij haar Heiland met Wie zij een onverbrekelijke band had.

Als verzetsvrouw wordt Tante Riek een jaar na de bevrijding geëerd met het Verzetskruis dat koningin Wilhelmina voor de groten in de strijd tegen de bezetter heeft ingesteld. In 1955 krijgt Winterswijk een monument dat tot de dag van vandaag getuigt van de geloofsmoed van de molenaarsdochter uit de Achterhoek. Tante Riek krijgt de erenaam ‘Moeder van de L.O.’. ■

 

Vorig artikelSeptember herstart Regiobrief
Volgend artikelPodcast Tomos
Mijn naam is Harm Veldman (* 1942) en ik ben sinds 1965 decennia lang onderwijzer/leraar geschiedenis geweest. Ik heb daarnaast veel onderzoek gedaan naar lokale en regionale kerkgeschiedenis, maar ook naar de nationaal-kerkelijke ontwikkelingen in Nederland. Mijn grote interesse betreft de eeuw van de Europese Reformatie.Mijn promotieonderzoek richtte zich op het leven en werk van Hendrik de Cock, de ‘vader van de Afscheiding van 1834’. De promotie vond plaats in 2009 aan de Theologische Universiteit van de GKv te Kampen, promotor was prof. dr. M. te Velde.